Heen, en Terug 1. China is eigenzinnig. Het introduceert een nieuw, eigen systeem om internetdomeinen te beheren. De Chinezen werken zo buiten de autoriteit van de internationale domeinorganisatie ICANN om, wat censuur mogelijk maakt. Pers en critici spreken alvast over een 'scheuring van het internet'. Ook internetgigant Google ging op de knieën voor de leiders van dit land, zodat het bedrijf nu censuur toelaat op zoekresultaten van Chinese burgers. Uiteraard zonder dat deze mensen het beseffen. China is dan ook de grootste markt ter wereld, en de snelst groeiende economie. De jaarlijkse groei in China overtreft het BNP van België. Vroeger, nog niet zo lang geleden, was ‘Made in China’ een smet. Nu is het ‘common sense’. Voor Hugo Boss, Ray Ban, Giorgio Armani. En voor iPod. ‘Designed by Apple in California. Assembled in Taiwan China.’ Zelfs icoonproducten worden nu in China geproduceerd. China is eigenzinnig, zonder cool te zijn. Nog niet. Beijing organiseert de Olympische Spelen van 2008. Toen eind 2003 duidelijk werd dat Griekenland het homerisch moeilijk zou krijgen om Athene om te bouwen tot Olympische hoofdstad, deed China een bod: ‘Op 6 maanden doen wij wat Griekenland op 3 jaar niet klaarspeelde. Geef ons de Spelen ook in 2004.’ Eigenzinnig, arrogant. Niemand weet iets over China. Wie kent er een Chinees kunstenaar, politicus. Voor velen is China Tien An Men. Birma. De Chinese Muur. De Lange Mars. Een bos beelden van klei. Confucius. Eten met stokjes. Nasi Goreng. Clichés. Wat gebeurt er nu in China, vandaag? Niemand weet het. Waarom niet?
2. Chinezen zijn eigenzinnig. Ze willen hun leven verbeteren, snel, nu. Ze werken hard, en veel, zes dagen op zeven. Want ze zien dat het kan, dat succes te hebben is, nu. Voor één van hen lukte het onlangs, iemand met een fabriekje. Nu is hij plots eigenaar van een snel groeiende zaak, dankzij een klant uit het buitenland, de wereld. Plastiek zakken maken, het drukken van brochures. Eender wat. Fabriekjes groeien nu als gras uit de Chinese grond. Guang Dong is een stad in het Chinese Zuiden, vlakbij Hong Kong. Een snel uitdijende olievlek van 10 miljoen inwoners. Alsof alle Belgen er in één stad wonen. Het zit bij elke Chinese burger ingebakken dat ze één tussen velen zijn. Elk van hen is letterlijk één tussen vele honderden miljoenen Chinezen. Hoe zou dat voelen? Misbaar wellicht. Het lijkt alsof iedereen hier iedereen kent en herkent, als ze met elkaar staan te praten. Zelfs al ontmoet de één de ander net voor het eerst, op straat, in de winkel. Iedereen is dan ook letterlijk als iedereen. Kort zwart haar, correct en eenvoudig gekleed, clean, 1m65 groot/klein. Gele huid. Leven in China is als leven in een mierennest. Tussen betonnen muren. Overdekt met smog. Een plaats waar dat mierennest meteen tastbaar wordt, is het verkeer in Guang Dong. Na de aankomst rijd de taxi naar het hotel. Op de oprit naar de autostrade zie je plots een fietser. Die tegen de richting in fietst. Dan zie je twee voetgangers. Die de autostrade oversteken. Dat verbaast. Tot je van de oprit de autostrade oprijdt. Hel, of iets gelijkaardig. Totaal gebrek aan respect voor je medemens, en zelfs jezelf. Alles knalt door elkaar op de weg: Mercedes S Klasse, taxi, vrachtwagen, bus, motorfiets, voetganger. Een mirakel, elke seconde opnieuw. Vier rijvakken, want de pechstrook is een rijvak. Als je pech hebt, dan heb je dus echt pech. De pakkans bij een overtreding is een cijfer met vele nullen na de komma. Linkse rijstroken zijn ook parkeerplaatsen en wandelpaden. Rode lichten zijn er vooral voor de anderen. Invoegstroken zijn rijvakken. Rijrichtingen zijn indicatief. Wellicht, de kans is groot dat het onmogelijk hectische verkeer een aanduiding is van wat er in Guang Dong en het China van vandaag gebeurt. Er moet ingehaald worden, eender hoe, eender wie, eender waar. In het Europa van de 15 vielen er in 2005 ongeveer 40.000 doden op de wegen. In China stierven er 100.000 mensen op de weg. De bevolking van Antwerpen.
3. Het is moeilijk als buitenlander een verklaring te vinden, als buitenstaander, voor het radicaal anders zijn van China, in vergelijking met het bangelijke Belgische conservatisme. Want een mens vervalt zo snel in clichés. Na een week China kom je wel tot een soort conclusie. Chinezen zijn niet bang. Ze willen er snel geraken, ergens. Ze hebben heus gevoel voor humor. Ze houden van karaoke. Ze houden van lekker eten. Ze zijn goed in het namaken van ongeveer alles. Ze geloven dat als je hard genoeg werkt, er hoop is. Chinese mannen hebben geen respect voor vrouwen. Gokken. Gangs. In Guang Dong is het bedrijf Huadu Yeshi Leather Products Enterprise Co. Ltd. gevestigd,. Dat zegt velen niets, tenzij de voetbalkenner. Zheyun Ye, General Manager van Huadu Yeshi Leather Products, probeerde zich de voorbije jaren in de Belgische voetbalwereld in te kopen. Hij slaagde er in ploegen op de rand van de achtergrond te brengen, door minder snuggere trainers en voetballers om te kopen. Je moet niet dom zijn om het als voetballer te maken. Maar het helpt. Ik liep Zheyun in Guang Dong niet tegen het lijf. Hij is op vakantie, weet de pers. En ik denk nog altijd na over wat ik hem zou zeggen, als ik hem zou tegenkomen. Toen Lierse SK in 1997 kampioen speelde, woonde ik in dat Vlaamse provinciestadje. Het stond letterlijk op z’n kop. Vreugdetaferelen zoals provinciestadjes ze maar eens elke eeuw beleven. Nu staat dat brave ploegje laatst. Ondanks de inzet van vele goede mensen. Uiteraard is het niet de schuld van Zheyun, dat Lierse nu in degradatiegevaar leeft. Maar geholpen heeft hij niet, toen hij de trainer en enkele spelers op zijn payroll zette. Toen hij feestjes organiseerde, en aanwezigen chanteerde met foto’s van losbandigheden. Toen hij zijn bodyguard een achttienjarige keeper liet bedreigen. Onze bangelijke houding ten opzichte van het Chinese economische monster zal ons niet helpen. Op het gevaar profetisch te klinken: ‘If you can’t beat them, join them.’ Ach, hoeveel decennia wordt dat cliché al niet de wereld ingestuurd. In dit geval dus, ‘we better join them, because we sure aint gonna beat them.’ Vanaf deze week start CNN met een nieuwe rubriek: ‘Eye on China’. Misschien nuttig om af en toe te kijken.
4. De reden voor de trip heen, en terug, is een beurs in Guang Dong. Plastiek zakken, drukken van brochures, en zo. Het is niet makkelijk om China te bezoeken, ondanks het feit dat het zo’n groot landis. Zelf woonachtig in Antwerpen vereiste dat een wandeling naar het station van Berchem, een trein naar Amsterdam, vervolgens een wandeling naar de luchthaven Schiphol, vervolgens een vliegtuig naar Hong Kong. Daar aangekomen na dertien uur vliegen: een wandeling, een taxi, en de grens over. Prikkeldraad. Nog een grens. Een lange wandeling. Een memorabele taxi-rit. Eerste dag van de beurs. Gigantische, gloednieuwe hallen. De bamboe staketsels omringen het nog, de roltrappen zijn nog niet uitgepakt. Hal 1B. Drinktec. Stand 117. Terwijl we met een prospect praten, wordt een laptop gestolen, onder onze neus, uit een kast op de stand. Beveiliging komt naar het verhaal luisteren. Politie neemt een verklaring op. Verontwaardiging. Ongerustheid. Ach, dat kan overal gebeuren. Een uur later wordt een laptop gestolen op de stand naast ons. Zo blijkt, aan beide kanten tegelijkertijd! En aan de overkant. Opnieuw security erbij. De hele uitleg opnieuw. Nu verbijsterd. Er vallen harde woorden. Hoe is dit mogelijk?! Tot vijf minuten later op onze eigen stand een tweede laptop gestolen wordt. Uit een andere kast op de stand. Hoe weten de dieven waar alles staat? Hoe is het mogelijk dat de dieven dit durven? Zit security mee in de slag dan? Was het toeval dat vlak voor de verdwijning van de laptop plots op onze stand alle kasten gekuist werden? Heeft iemand van de organisatie de groene kostuums van de kuisploeg geleend aan de dieven? Onzekerheid grijpt om zich heen, is de hele organisatie corrupt? Is dit een lokaal verschijnsel, in Guang Dong? Of is heel China onveilig? Debbie, onze tolk, schaamt zich, ze barst in tranen uit. Ze vertelt dat deze stad heden wel degelijk de meest onveilige van China is, de snelst groeiende ook. Heeft het ene met het andere te maken? Ze snikt, het is haar schuld, ze vreest voor haar baan, terwijl ze niets kon doen, terwijl ze letterlijk haar eten en slaap laat om het team het leven makkelijk te maken. Het is iets anders, iets erger, haar volk heeft geen respect voor buitenlanders. Buitenlanders zijn een makkelijke prooi. Voor de week om is, wordt ook de gsm van Debbie gestolen. Hopelijk is dat niet omdat ze met ons werkt… We leggen allemaal samen, en kopen Debbie een nieuwe gsm. Haar fier Chinees hart bloed. Ze wil het geschenk niet aanvaarden, niet nadat ze faalde. Indrukwekkend. Enkel door beroep te doen op haar professionaliteit lukt het, ze moet toch bereikbaar zijn, en ze heeft geen geld om een nieuwe gsm te kopen? Voor ons is Debbie een collega, voor ons Europeanen is een vrouwelijke collega doodnormaal. Voor Debbie is het een schok, ze biecht op dat ze niet veel respect heeft voor Chinese mannen. En onze beschaafde interventies helpen niet echt. Op de beurs heeft niemand ooit over Zheyun Ye gehoord, of over Huadu Yeshi Leather Products Enterprise Co. Ltd. Het zal wel toeval zijn dat hij net Guang Dong uitkoos, als vestiging. Misschien is het beter dat ik in Guang Dong niet op Zheyun botste. Voor m’n eigen veiligheid. 5. Dag twee. Het Duitse team, de stand naast ons, wordt per gsm gecontacteerd door een Chinees bedrijf. Ze bezochten gisteren de beurs, en willen hen vandaag ontmoeten, om zaken te doen. Herinnert hij zich hen? Ja, de Duitse heer vindt inderdaad een business card van het genoemde bedrijf in zijn stapeltje, herinnert zich het bezoek aan hun stand. Kan het vanavond al, nu, er wordt hen een taxi gestuurd. Nou, goed dan. De Duitsers stappen in de taxi. Op de plaats van afspraak wacht niemand hen op. De taxi rijdt weg. Pas na tien minuten rinkelt de gsm opnieuw. Sorry! Er liep even iets mis, de general manager van het Chinese bedrijf is al in het restaurant, hij wil hen nu meteen ontmoeten. Komen ze ook naar daar? Dan stuurt hij hen nu een wagen om hen op te pikken. De Duitsers stemmen toe. Vijftien minuten later komt de wagen aangereden, stopt. De gsm rinkelt. Zeg, ze zitten al aan tafel, en de ‘general manager’ vertelt hem dat hij wil dat de Duitse zakenmannen de ‘full treatment’ krijgen, ‘a big night on the town’. Maar hij kan nu de ‘general manager’ toch niet alleen laten, om naar een ATM te rennen, de lokale mister cash. Kunnen zij hem nu misschien even snel 3.000 RMD voorschieten? Hij betaalt het hen einde van de avond terug. Ze gaan immers in zaken, dat staat vast. De Duitsers kijken elkaar aan, mmm… beetje plots dit. 3.000 RMD, da’s ongeveer 100 euro. Te weinig om zakenrelaties een ‘night on the town’ te geven, zelfs in China. ‘Something fishy going on? Maybe.’ Toch maar niet dus. De Duitse zakenman vertelt het Chinese heerschap dat ze hun credit cards in het hotel lieten, dus dat geld lukt even niet. Kunnen ze nu snel terzake komen? Geen probleem, meldt de Chinees! Kunnen ze dan nu hun gsm aan de chauffeur van de wagen doorgeven, dan krijgt die de naam van het restaurant, zodat ze er aan kunnen beginnen. De Duitser geeft zijn gsm aan de chauffeur. Die stapt in zijn wagen, en rijdt weg. Niet eens gehaast. Domweg. De twee Duitsers staan in het midden van een Chinese wereldstad. De rest van het salon kunnen ze proberen te werken zonder laptops en gsm. Over snel ter zake komen gesproken. Professionele misdadigers zijn er natuurlijk overal, en wellicht nog beter georganiseerd dan dit. Het is de brutaliteit die shockeert.
6. Dag drie. Debbie doet haar best om iets goed te maken. Ze verneemt in de wandelgangen van de beurs dat enkele van de gestolen laptops al opnieuw in circulatie zijn. Ze worden op de zwarte markt aangeboden. Op de parking van het beursgebouw. Meteen gaan enkele van de slachtoffers op oorlogspad. Hoe durven ze de gestolen waar net hier aan te bieden? De dieven durven dit, omdat ze zich gedekt weten door de veiligheidsdienst! Of door de organisatie. Of door de politie… Debbie lukt het zowaar een telefoonnummer van een handelaar te pakken te krijgen, die wellicht in contact staat met de verkopers van de gestolen laptops. Welke risico’s loopt deze vrouw, in haar eigen wereld, om de ontdekkingsreizigers uit Europa ter wille te zijn? Er wordt een afspraak gemaakt, in een shopping mall vlakbij. Ter plekke blijkt de handelaar ongeveer alle merken en soorten laptops te verkopen, ongetwijfeld allemaal illegaal en/of gestolen. Echter niet onze exemplaren. Het team keert onverrichterzake terug. In de taxi op de weg terug krijgt Debbie telefoon van de verkoper. Hij wil dat Debbie hem geld geeft, want zij heeft hem tijd doen verliezen. Zelfs Debbie is even sprakeloos bij zoveel arrogantie. Ze legt in, en vertelt dat ze het telefoonnummer aan de politie zal geven, want dat hij een misdadiger is, staat echt wel vast. Een chinees toont weinig emotie. Het is aan het uiterlijk van een chinees zelfs moeilijk te zien of die moe is, of zo. Het gelaat van Debbie spreekt boekdelen. Desolaat. Sprakeloos. Zelfs zij begrijpt haar eigen volk soms niet. Alsof dit niet in Afrika kan gebeuren. Alsof dit niet in elke Europese stad kan gebeuren. Georganiseerde misdaad. Zaak is het nu niet op onze kop te laten zitten. Want volgend jaar willen wij terugkomen naar deze beurs, en er een succes van maken. Op de beurs spreken we de organisatoren aan. We vragen veiligheid, professionalisme. We vragen bewijzen, garanties. Wat we krijgen, is korting. 7. Het leuke aan clichés is dat ze altijd waar zijn. De uitdaging, de taak is om nu China te zien achter de clichés, door de clichés, op een leuke manier. Tijdens de trip zijn de Chinese clichés opvallend afwezig in het landschap. Geen tempels, geen Mao. Mao Zedong zou zelfs het alleenrecht verliezen om het Chinese geld te sieren, gaat het gerucht. Cliché: China is wellicht het enige, min of meer, succesvolle voorbeeld van een communistische economie, het is het meest succesvolle communistische land op aarde. Echter, hoe meet je dat succes? Vooral de Verenigde Staten zitten enorm in hun maag met de welig tierende piraterij in China. Ze claimen dat bedrijven jaarlijks 40 miljard euro aan inkomsten mislopen door de handel in illegale kopieën. Succes voor de 1 is minder succes voor de ander. De grens tussen het grootste communistische land en het kleine, voormalig kapitalistische Hong Kong is tien jaar na de overdracht nog steeds een dubbele deur, met uitgebreide controles, prikkeldraad. Sinds Groot-Brittannië eind vorige eeuw volgens afspraak Hong Kong overliet aan China, nadat het staatje 100 jaar deel uitmaakte van het Britse rijk, zette China het om in een experiment. Hoe vermijden dat de kapitalistische invloed op de grensstreek met China te groot wordt, hoe die invloed controleren? Want China wil niet dat teveel mensen te snel horen en leren over de levensstandaard aan de andere kant. Er is ook binnen China sprake van een levensbelangrijke grens. Het verschil tussen stad en platteland is bijna nergens ter wereld zo groot als in China. De Communistische Partij stemde deze week in met een ambitieus plan om het platteland mee in het peloton te houden. Want heden profiteren enkel de steden van de ‘vooruitgang’. Op het platteland is de meerderheid ongeletterd, onwetend. Er is sprake van grootschalige corruptie, ambtelijke willekeur en rechteloosheid. Dat leidt steeds vaker tot sociale onrust en rellen. Vorig jaar telde de politie 200 rellen per dag. Het aantal mensen dat vorig jaar door Chinese rechtbanken is veroordeeld, is net zo hard gegroeid als de economie. Rechters legden in 2005 844.717 mensen een celstraf op, een toename van 10 procent in vergelijking met het jaar ervoor. Meer dan 320.000 mensen werden veroordeeld wegens het ,,ernstig in gevaar brengen van de openbare veiligheid,” meldde deze week de voorzitter van het Hooggerechtshof van de Volksrepubliek, Xiao Yang. Van hen werden meer dan 130.000 mensen veroordeeld tot straffen vanaf vijf jaar cel tot de dood. China maakt nooit bekend hoeveel mensen het executeert. Amnesty International gaat uit van ten minste 6000 terdoodveroordelingen in 2004. Dat is meer dan alle andere landen ter wereld bij elkaar. Voor het Chinese rijk is een mensenleven niet meer dan een seconde. En wat is de waarde van een seconde, als er binnen de grenzen van het rijk miljarden harten kloppen. China is een gigantisch land, met mogelijkheden, en met een enorme achterstand. Terwijl de wereld sneller en sneller draait, naar het gaatje toe, zijn er krachten in China die de achterstand willen inhalen. De groei in China is groot, de vraag is of het financiële stelsel dit aankan. Gelukkig is China nog een communistische staat, want elk kapitalistisch systeem was bezweken, zo is de consensus. Binnen afzienbare tijd is China de grootste economie van de wereld. De concurrentiestrijd met India wordt op alle vlakken titanisch. En wij, deze keer zijn wij de prooi, niet de jager. Washington Een recent voorbeeld van de eigenzinnigheid van China is hun vraag aan de International Standards Organisation (ISO), om de door China zelf ontwikkelde standaard voor wifi WAPI te benoemen tot internationale standaard. Nu de ISO kiest voor de standaard IEEE 802.11i, gaat China gewoon door met de eigen ontwikkeling. China heeft een WAPI-alliantie opgezet van 22 grote Chinese computer- en telecombedrijven, waaronder pc-fabrikant Lenovo, dat vorig jaar de ‘personal computer’-afdeling van IBM overnam. Eerder was er al een politieke rel doordat China WAPI verplicht wou stellen voor buitenlandse bedrijven die willen opereren in het land. Die eis is in april vorig jaar geschrapt na lobby-activiteiten door Washington. In 2005 heeft China voor 200 miljard dollar meer uitgevoerd naar de VS, dan omgekeerd. China is daarmee verantwoordelijk voor een kwart van het tekort op de Amerikaanse handelsbalans. Debbie Er zijn heus wel mensen in China die gewoon willen leven, die gewoon vooruitgang willen boeken. Vele honderden miljoenen mensen. Zo is er Debbie, die niet echt zo heet, maar geen westerling kan haar echte naam uitspreken. 31 jaar oud, best mondig in Engels, na zes jaar in Beijing. Haar droom is een eigen restaurant, met haar zus. Ondertussen tolkt ze voor Chinese bedrijven, in Guang Dong, waar de kapitalistische storm woedt, terwijl smog niet meer wijkt. Wat is het alternatief. Iedereen is arm, dus is iedereen werkelijk gelijk, het communisme met een kapitalistische wetmatigheid. Het startschot is gegeven, en wie niet aan de start verscheen, kan aan het einde geen medaille krijgen. Nu al verschijnen overal in het straatbeeld affiches van de Olympische Spelen, in 2008. Communicatie. Of is het propaganda. Debbie zette nooit een stap buiten China. Na enkele dagen durft ze iets vertellen. Misschien zou haar restaurant in Europa kunnen? In dit misogyne land ziet ze geen toekomst. Daar piekert ze over. Ondertussen werkt ze zes dagen op zeven, en woont ze boven de fabriek. Op de zevende dag studeert ze Engels.
8. Humor moet in de eerste plaats om te lachen zijn. Chinezen zijn blij. Blij met de uitdaging, blij met de kans. De groeipijnen nemen ze er bij. Nergens toont deze stad uiterlijke rijkdom. Niemand protesteert, iedereen gaat er voor, dezelfde wetteloosheid geldt voor iedereen. Het leven zoals het is: China. Wetende dat als je wegvalt, je plaats meteen ingenomen zal worden door honderden anderen. 1.6 miljard mensen, waarvan slechts 20% in steden woont. 400 miljoen Chinezen hebben een mobiel telefoontoestel. Aan elke weg wordt gewerkt, aan elk gebouw wordt de laatste hand gelegd, paddestoelen in een betonnen bos. Alle wegaanduidingen, reclame en andere communicatie zijn in het Chinees. Meer dan 5.000 lettertekens. Het is één van de vele aspecten in China die zo moeilijk te vatten zijn. Hier en daar zijn er gelukkig kleinere borden en aanwijzingen in het Engels, vaak met fouten. In het straatbeeld zijn nauwelijks oudere mensen te zien, af en toe een oudere dakloze. Alle bewoners van Guang Dong zijn even oud, ergens tussen 20 en 40 in. Oudere mensen trekken zich terug op het platteland, en leven van wat hun familie hen vanuit de steden stuurt. Bedelaars zijn er ook niet, want iedereen maakt er het beste van, dus verkoopt men fruit, namaak, gestolen laptops. Alle taxi’s zijn Chinese uitvoeringen van de Volkswagen Jetta, ‘made in China’. Zowat alle westerse automerken zijn vertegenwoordigd, met prachtige showrooms, die afsteken tegen de grijze kantoor- en woonblokken. Wanneer ons team naar de luchthaven gereden dient te worden, besluit onze lokale zakenpartner dat de eenvoudigste oplossing ook de beste is, zoals wel vaker in China. Gewapend met een rol geld stapt hij een dealer binnen, en rijdt even later met een moderne ‘multi purpose’ zeven-zitter buiten. Cash betaald. Zonder nummerplaat. Toch maar de gordel aanhouden. 9. Na een week is deze aflevering van het avontuur voorbij, als in een flits. Net als de rit naar de luchthaven. Anderhalf uur lang blijft de auto niet langer dan enkele seconden op dezelfde rijstrook. De chauffeur spreekt geen woord engels. Met enige moeite weet ik een deel van de voornaam te ontcijferen: Shuen. Als je dat luid en snel uitspreekt, klinkt het als een Formule 1 wagen die voorbijflitst. ‘Shueiiiiin.’ Ik weet niet of hij mijn grapje begrijpt, maar hij lacht wel. En steekt dan een politiewagen langs rechts voorbij. Terwijl de politiewagen een vrachtwagen langs rechts inhaalt. In China doet het er niet echt toe of het mag. In China doet het er toe of het kan. Het Wilde Oosten. Op een ochtend zal het Westen wakker worden, het raam openen, de frisse lucht snuiven, en plots… een flits, voorbij. ‘Shueiiiiiin.’ Dat was China. We zullen het niet eens gezien hebben, terwijl het aan ons voorbij ging, ons voorbij stak. Misschien voelen we een lichte bries door onze haren, als de wind opsteekt, de storm die nadert. Het komt me voor, dat als we niet snel een paar goede afspraken maken met China, dat China zelf de agenda zal bepalen. Voor ik het weet, is de grens tussen China en Hong Kong achter me, en sta ik weer in de wereld die ik ken en begrijp. Epiloog Vandaag hoor ik dat twee mensen van ons team met de moderne ‘multi purpose’ drie keer over kop gingen. Plots stak een chinees op zijn fiets in het donker de autostrade over. De wagen had minder dan 1.000 km op de teller. Gelukkig had de auto ondertussen wel een nummerplaat. Onze collega’s overleven de klap. Niemand weet waar de chinees is. |